8 januari 2026
roergebied

Image

Thomas Heerma van Voss kiest ook voor… ‘Het waren de kleuren’ van Marthe van Bronkhorst

Peetouder Thomas Heerma van Voss sloeg net als Annelies Verbeke vlijtig aan het lezen toen #49 Ornament verscheen. Zijn tweede lievelingstekst is ‘Het waren de kleuren‘ van Marthe van Bronkhorst. Lees hier wat hij ervan vond!


Thomas Heerma van Voss (foto: Joris Casaer)

“Zoals bekend komt goed schrijven vaak neer op goed kijken, en Marthe van Bronkhorst laat in dit verhaal zien dat ze over een uitstekend observerend vermogen beschikt. In Het waren de kleuren wordt niet uit- maar ingezoomd, heel precies: op alle kleuren die we zien, op de individuele ervaring van iemand die lang in het water ligt en zich daarna op wezenlijk niveau veranderd voelt. Maar waardoor precies?  ‘Een mensenlichaam is het niet gewend zo lang niets aan te raken,’ staat er. In dit zintuigelijke, meanderende proza wordt geschetst wat er gebeurt als dat aanraken vervolgens wel weer plaatsvindt.”


Lees hier de eerste pagina van Marthe van Bronkhorsts ‘Het waren de kleuren’:

Na de sprong is het even zwart, dan breekt er blauw door. Op de binnenkant van mijn oogleden tekent zich een mandala af: een nabeeld van licht en opspattend water. Even flakkert een ander leven voorbij als de lichtbundel van een vuurtoren: een blauwe zon, een gele lucht, alles in negatieven, projecties uit een Andere tijd, een andere planeet misschien. Ik zie een andere versie van mezelf in vroeger geboetseerd, met platgestreken haar, knokige hongerknieën in een matrozenpak, op het dek van een gitzwarte onderzeeër, te water voor het vaderland. Weer een andere versie van mezelf zit krijsend in een wastobbe in een stinkende achter wijk waar builenpest heerst. Er is een versie van mezelf in een schemerig moeras, ademend door kieuwen op het ritme van een onderstroom.

Dan, kopje onder, wordt het wit.

Wit van luchtbellen langs mijn gezicht, het borrelen uit mijn mondmasker. In het wit ontstaan kleuren, een magmastroom op een vollemaanslandschap. Mantelpluim, silicatisch sinter.

Een koele, schemerige kathedraal is waar ik mezelf terugvind on der het wateroppervlak. Ergens valt licht uit een dakraam, kleuren komen door glas in lood gesijpeld. Mijn ogen wennen. Het is niet de afwezigheid van licht die ik hier verken, het is koud en vol van alles. Mijn plastic duikbril is de ruimtehelm, deze lagune is het heelal. Ik ben de verkenner, de Neil Armstrong, ik ben godverdom me de droom van iedere jongenskamer aan het verwezenlijken, maar in de onderwereld. ‘Doorzwemmen’, gebaart hij, hoe-heet-hij. Niet omkijken. Bij je buddy blijven.

Blauw is de moederkleur die alle andere kleuren omvat. Eenmaal boven wijst hij – ik kan zijn naam niet verstaan– de instructeur van het oké-gebaar – ons op een geplastificeerde kaart aan wat we zojuist aan fauna gezien hebben. Er is het regengrijs van haaien, daar blauw ebbenzwart van slangsterren, het grijze staalblauw van een school harders, het groenig stilstaandwaterblauw van karpers. Er zijn ook de doorzichtigblauwe druppels, het onzichtbaarblauw van spiegels op de schubben van een wijting. Ik ben zelfs blauw hier, mijn handen, benen. Ik beweeg anders in blauw licht, druk me anders uit, ik denk anders. Moet je mij nou zien trappelen, dan weer vooruitglijden, een domme, onhandige, blije hond. Ik spartel om alles te kunnen zien, ik heb nog nooit zo naar adem gehapt, zo mijn best gedaan om te leven en iedere minuut omarmd. Ik leef.

Toch omgekeken.


Lees je graag het vervolg van deze tekst? Koop dan snel #49 Ornament in onze webwinkel, waar je gratis onze speciale editie U bevindt zich hier bij krijgt. Of word abonnee, dan krijg je automatisch deze nummers toegestuurd als dubbel welkomstexemplaar!

Marthe van Bronkhorst (1993) is schrijver van proza, radio, toneel en film en werkt als psycholoog. Ze schrijft columns in tijdschrift hard//hoofd, acteerde bij het ZID theatergezelschap en won het NK Poetry Slam 2025. Haar debuut Het ontduiken van Lo Laan verschijnt begin 2026 bij uitgeverij De Geus.


DIT BERICHT DELEN